De mispel.
![]() |
De mispel is de vrucht van de mispelaar oftewel mispelboom/mispelstruik. De mispelaar, de Mespilus germanica behoort tot de Rozenfamilie/ Rosaceae en tot de onderfamilie pitvruchten. Hij is nauw verwant aan peer, kwee en meidoorn. Mespilus komt van het Griekse mesos (helft/midden) en pilos (bol), verwijzend naar de vorm van de vrucht, een halve bol. Germanica betekent afkomstig van Duitsland - men dacht vroeger dat de mispelboom daar vandaan kwam. De mispel is echter afkomstig uit West Azië en werd duizenden jaren geleden al in het Perzische rijk geteeld. De Grieken en Romeinen namen hem mee naar hun streken en importeerden hem rond het begin van onze jaartelling naar West-Europa. |
![]() |
In mei sieren grote witroze bloemen de mispeltakken. De mispelvruchten zijn glad, licht tot donkerbruin en hebben de vorm van rozenbottels, maar zijn wat groter. In het begin zijn ze keihard. |
Het gezegde ‘zo rot als een mispel’ heeft betrekking op het afrijpen van de vruchten. De eigenlijke strekking is eigenlijk positief, namelijk dat een mispel erg smakelijk is wanneer deze een beetje ‘verrot’, d.w.z. gegist is.
Mispels krijgen hun lekkere smaak als er wat nachtvorsten overheen zijn gegaan, eerder zijn ze niet te eten.
Door de lage temperatuur begint een gistingsproces, waardoor het vruchtvlees zacht en zoetzuur wordt. De mispels worden daarom meestal pas geplukt in november. Daarna moeten ze op een koele of lichtverwarmde, vorstvrije plaats narijpen tot ze zacht, maar NIET rot zijn. U moet ze niet te lang bewaren, dan worden ze écht rot en oneetbaar.
Mispels zijn erg gezond, omdat de vrucht veel mineralen, tannine / looizuur (antioxidant) en voedingsvezels bevat. Men schrijft de mispel genezende kracht toe bij bloedingen en spijsverteringsproblemen.
De mispel groeit overal, mits de plaats niet extreem nat of droog is. De vruchten hangen meestal langs de zonkant. Daarom is het aan te raden de mispelaar in de zon of eventueel halfschaduw te planten. Snoeien is meestal niet nodig.